ISBN 9789059371361
van € 24,90 voor € 9,95
120 pagina's genaaid, paperback, OTAbind vormgeving Jeroen de Vries geheel in kleur
Omslagfoto Laura Samsom-Rous
|
Teder
Daniel Koning en Bernd Wouthuysen
Inleidend essay door Marjolijn Februari
Circa tachtig Nederlandse fotografen werken mee om eens de andere kant van de wereld te laten zien: de tedere kant.
Het idee voor het boek is ontstaan als reactie op het besef dat het belangrijkste nieuws bestaat uit slecht nieuws. Maar naast onrecht, wreedheid en misstanden zien we ook tederheid of kijken we met een tedere blik. Die eigenschap blijft vaak onderbelicht.
‘Tederheid ontstaat pas zodra je beseft dat overal in de buurt gevaren loeren. Een zuigeling vertedert je omdat je weet dat adders kunnen bijten en omdat je beseft hoe kwetsbaar kinderen en mestvee zijn. Misschien raak je zelfs vertederd vanuit het besef dat je zelf de adder bent die ieder moment kan gaan bijten. Dat maakt een beetje verdrietig en een beetje zorgelijk. Tederheid is een kwaliteit van een verdrietige wereld.’ – Marjolijn Februari
|
Het mooie van vliegen is dat je van tien kilometer hoogte naar een wereld op klein formaat kunt kijken en wegdromen. Overal zou je wel even willen zijn om een moment met anderen te delen: een glimlach, een blik van verstandhouding of een bord eten. Maar het is een gedroomde wereld die we beneden ons zien. Want hoe mooi die er vanboven ook uitziet, de kans bestaat dat ze elkaar beneden de hersens inslaan.
Is er meer ellende dan vroeger of lijkt dat maar zo omdat we beter op de hoogte zijn van het wereldgebeuren? Bij elk nieuw dieptepunt in de stroom van slecht nieuws denk je: vanaf nu gaat het beter. IJdele hoop.
Weer met beide benen op de grond blijken die glimlach en die blik van verstandhouding ondanks de chaos toch te bestaan. In een wereld waarin alleen slecht nieuws telt, is de tedere kant van het bestaan belangrijk.
De Nederlandse fotografen die – belangeloos – aan dit boek meewerkten, hebben die kant gezien. We vroegen hun om een foto waaruit, op wat voor manier dan ook, de tedere kant van het bestaan blijkt, en vooral niet midden in de roos te schieten. Zo verzamelden we in een jaar honderden foto’s: abstract, documentair, geënsceneerd, portretten en landschappen. Foto’s van lang geleden werken vaak al vertederend door hun afstand in tijd, daarom vroegen we de fotografen om vrij recente foto’s. Met als beginpunt de val van de muur. Vanaf toen zou alles beter gaan…
De tederheid komt – wat ons betreft – in alles naar voren: zowel in het onderwerp als in de blik van de fotograaf die de foto maakte. Het werd een verrassende en spannende verzameling, breder dan we ons hadden voorgesteld. Door de ogen van zevenentachtig fotografen is het begrip ‘teder’ opnieuw ingevuld, niet om bij weg te dromen maar om te laten zien dat het in die breedte echt bestaat.
Bernd Wouthuysen
Daniel Koning
Daniel Koning is fotograaf, Bernd Wouthuysen is filmer.
Hieronder volgt de tekst die voorgedragen werd door Désanne van Brederode bij de opening van de tentoonstelling Teder in de openbare bibliotheek van Den Haag, maart 2007.
Nog niet zo lang geleden maakte ik deel uit van een commissie die een groepje studenten mocht adviseren bij een door hen te organiseren symposium met als thema ‘Emotie als Motief’. De studenten hadden zich al danig in het onderwerp verdiept, en als volleerd gevoelsdeskundigen spraken ze gedurende de bijeenkomsten steeds over ‘de vier B’s.’ Die bleken te staan voor de vier basisemoties, te weten: boos, blij, bedroefd en bang. Ik kan niet tegen dit soort jolige indelingen, zeker niet als ze zonder grijns om de lippen als wetenschappelijke waarheid worden verkondigd. ‘Hoe zit het dan met begeerte?’ vroeg ik, opgelucht nog een vijfde B ontdekt te hebben. Het bleef even stil. ‘Misschien,’ opperde een jongen, ‘telt begeerte niet mee omdat het geen gemoedstoestand is, maar eh... ja, een emotie waardoor je even overvallen wordt.’ ‘En die weer verdwijnt zodra je begeerte is bevredigd,’ vulde zijn vriend aan. Dat leek ons allemaal wel een passende verklaring. Toch wilde ik me niet gewonnen geven. 4 B’s, - het klonk zo schraal. ‘Maar dan mis ik de ontroering nog.’ begon ik.. Of misschien moet ik zeggen: bontroering? Mijn favoriete emotie. Geloof ik.’
Een oudere heer in de commissie knikte instemmend. De jongen die begeerte geen gemoedstand vond, had nu veel sneller een antwoord klaar. Ontroering was thuis te brengen bij blijheid. De oudere heer en ik keken elkaar bevreemd, inderdaad ook beginnend met een B, aan. Ik fluisterde dat ik, als ik ontroerd was, ook altijd een beetje moest huilen. Zonder snikken, gewoon zachtjes, met de B van brok in de keel en de ogen even blind, alweer een B, van tranen. ‘Nou, dan is het makkelijk,’ riep een meisje dat gauw over wilde gaan naar het volgende vergaderpunt, ‘dan valt ontroering onder het kopje: Bedroefd.’ Maar nu kwam de oudere heer, die al die tijd nog niet veel had gezegd, in opstand. ‘Weten jullie dan werkelijk niet wat wij bedoelen?! Kennen jullie dat niet, zo’n tere voorjaarsdag, waarbij de geluiden van de straat door het open raam naar binnen waaien en zich mengen met het pianoconcert in je cd-speler? Dat onder alles de hele dag lang zo lieflijke, heerlijke droefheid stroomt, je jezelf kwetsbaar voelt, dingen opmerkt waar je normaal gesproken aan voorbij loopt, en ze beziet met, nou ja... liefde en melancholie. Dat je wel zou kunnen huilen om niks? En expres die gedichten, die romanpassages gaat lezen die je in die stemming laten, of de schilderijen en films bekijkt die... Of dat je aldoor maar dezelfde aria op repeat zet, in de ijdele hoop je stemming vast te houden - bij jullie zal het wel een popliedje zijn, maar dan nog: kennen jullie dat niet? Hoe groot de teleurstelling als blijkt dat er, nadat je drie keer hetzelfde liedje hebt beluisterd, niks meer van je ontroering over is... Wat zitten jullie me nou raar aan te kijken?’
Dat droefheid heerlijk kon zijn, wilde er bij de studenten niet in. Het was of-of. Nu goed, je had natuurlijk wel zoiets als gemengde gevoelens, blijheid en treurigheid vermengd - laten we die ontroering van jullie dan maar als zo’n gemengd gevoel beschouwen. De mijnheer en ik capituleerden, maar eenmaal thuis kreeg ik toch de pest in. Ik houd van de kleur blauw, ik houd van de kleur rood, ik ben soms in een bui voor blauw en de andere keer in een bui voor rood, ik weet dat rood en blauw samen paars worden, maar ik kan de kleur paars niet als optelsom van rood en blauw zien; van de paarse en lila krokussen die nu her en der opduiken tussen het gras krijg ik een heel speciaal, licht gevoel in mijn hoofd, dat ik bij geen enkele andere kleur krijg. Geen mooiere romantitel dan Het boek van Violet en Dood - maar dat is helaas al geschreven. Geen mooier zinnetje in de popmuziek dan dit van Prince ‘I only want to see you laughin’ in the purple rain.’ Paars heeft iets geheimzinnigs dat geen enkele andere kleur van de regenboog heeft, iets onwerkelijks, iets dat ik met ernst, wijsheid, een Platoonse, ongrijpbare, eeuwige ideeënwereld associeer, met een wereld buiten deze tijd en kosmos.
In een regenboog laat de kleur paars zich altijd maar zeer kort zien, en dan ook nog eens onscherp. En terwijl ik aan regenbogen dacht, dacht ik aan het bezoek van paus Benedictus aan Auschwitz. Nadat de Heilige Vader de barakken had bezocht, hield hij een verzoeningsdienst in de open lucht, die grauw was en waaruit regen viel - maar plotseling, schuin achter hem, lichtte de hemel op en verscheen er een regenboog, bijna helemaal half rond en helder van kleur. Ook veel niet-religieuze, kritische commentatoren lieten zich verleiden tot de uitspraak: ‘Het leek wel alsof God zelf even van zich liet horen.’ Alsof deze paus een lijntje met God had, en God zich hield aan het script van zijn uitverkoren oude pleitbezorger op aarde. Ik beken, ik dacht dat ook. Kort. Want het mooie van het verschijnen van die regenboog was volgens mij niet dat dit perfect paste bij de gelegenheid, maar dat de gelegenheid perfect paste bij die weersomstandigheden, bij die regenboog. Die regenboog had er op dezelfde dag, op hetzelfde tijdstip namelijk toch wel gestaan - maar zou door veel minder mensen zijn opgemerkt dan nu, met al die honderden televisiecamera’s erbij.
Het wonderbaarlijke was dus niet dat het natuurverschijnsel zich leek aan te passen aan de vredelievende woorden van een belangrijke persoon, maar dat de woorden van deze persoon perfect pasten bij het vluchtige verschijnsel; alsof de regenboog ze hem had ingefluisterd dus, en niet andersom. De schoonheid die ons het diepste roert, is die welke niet te ensceneren is, niet te herhalen, niet te manipuleren en, als eerder gezegd, niet is vast te houden. Op de foto’s van de gebeurtenis, die de volgende dag in veel kranten verschenen, was de magie weg en bleef een wel erg ostentatief symbool over. Alsof die regenboog er al de hele middag stond, als een uit glanspapier geknipt bewijs van de goede bedoelingen van Benedictus - inderdaad, promotiemateriaal.
Ontroering ligt dicht bij tederheid. Tederheid ontroert, en omgekeerd drukken we onze ontroering uit in tedere gebaren. Als puber en beginnend student was ik verzot op foto’s van het beeld De Kus van Rodin, vanwege de lijfelijkheid, de hartstocht en de gretigheid ervan. Maar toen ik het beeld op mijn drieëntwintigste in het Rodinmuseum in Parijs voor het eerst ‘in het echt’ zag, was ik minder getroffen door de wellustige marmeren lichamen zelf, door de innige pose, dan door de hand van de man die zo losjes rust op het vlezige bovenbeen van de vrouw. Die hand, die was niet heetgebakerd, die tintelde, brandde niet van verlangen - die hand had alle bezitsdrang, alle drift en hebberigheid losgelaten. De vingers knepen niet in het vlees, ze waren niet jaloers of bang (‘straks ben ik je kwijt’) niet beschermend, zo van ‘Pas op, straks glijd je nog van mijn schoot af en dan kom je hard op de grond neer’, nee, de hand voelde, ontdaan van eigenbelang, de zachte huid van de ander. En liet zich voelen. Om het beeld heen sluipend, voelde ik de hand van de versteende man bijna op mijn eigen been, en hij was niet koud, niet zweterig, maar menselijk warm. Er ging zelfs iets troostends van uit. Een gebaar van iemand die niet alleen vond dat je er mocht zijn, maar dat de manier waarop je er was ook precies de goede genoemd kon worden. Een ruimte scheppende hand. Een rustpunt. Voor het eerst in het museum kon ik even diep ademhalen, na alle overdonderende beelden die ik al had bewonderd. Het zou me niet verbazen als ik alle geliefden nadien, uiteraard onbewust, aan een handentest heb onderworpen: wiens aanrakingen lijken het meest op die van de man in het beeld De Kus van Rodin. Wie breekt mij en maakt me heler in één en hetzelfde moment.
Inmiddels ben ik al tien jaar samen met de winnaar van de test, maar de handen wennen nooit. Want over het Rodin-moment heb ik, heeft noch de bezitter van de handen, ook maar enige macht. Net als ontroering is tederheid niet maakbaar. Tederheid en ontroering zijn misschien wel de laatste maakbare zaken op aarde en objectief meetbaar - zelfs geluk is dat tegenwoordig - zijn ze ook al niet. Dat is ook het bijzondere aan de opzet van deze expositie: de fotografen hebben allemaal zelf die foto uit hun verzameling uitgezocht, die zij zelf teder vinden. Er is dus geen commissie geweest die keurig had vastgesteld: dit en dat verstaan we, of verstaat ‘men’ onder tederheid - nou, dan gaan we nu eens alle foto’s van Nederlandse fotografen van de afgelopen jaren selecteren aan de hand van onze criteria. Zo’n houding is in zichzelf al heel onteder. Maar de aangezochte fotografen zijn vrij gelaten, en dat houdt je ook als beschouwer vrij. Zelf heb ik van alle foto’s genoten, sommige zijn mooi door de belichting, het decor, het licht in de ogen van de persoon die erop staat, andere zijn grappig, of lief, of een spannend zoekplaatje - maar lang niet allemaal roepen ze bij mij gevoelens van tederheid op. Dat geeft niet. Ik, en u dus ook, mag onverschillig naar de volgende foto lopen en denken ‘kennelijk verstaat iedereen iets anders onder tederheid. Ook niet iedereen schiet vol bij Bach, bij regenbogen of lila krokussen, tenslotte.’ Toch lukte het mij niet onverschillig te blijven. Alle foto’s hebben namelijk één ding gemeen: ze zijn niet onverschillig geschoten. Ze getuigen allemaal van makers met een blik even nauwkeurig, aandachtig, betrokken en vooral onhebberig, belangenloos haast, als het gebaar van de hand van Rodins Kus. ‘Kom eens terug’ fluisteren de foto’s. Ze willen je nog een keer zien, en dat verlangen is wederzijds. Als vanzelf word je gedwongen, inderdaad met zachte hand, je te verdiepen in wat andere mensen, die je niet persoonlijk kent, anders dan door hun werk, onder tederheid verstaan - en daarmee wordt het begrip opgerekt, wordt het ruimer en lichter in je hoofd, en word je een beetje droevig bij het idee dat je nog steeds zo weinig van andere mensen begrijpt, en blij dat er nog zoveel te begrijpen, te verstaan en te doorgronden valt. Dacht ik bij tederheid altijd aan lichamen, aan aanrakingen en blikken, ik weet pas sinds kort dat tederheid ook een klein, rond wolkje aan een verder strakblauwe lucht kan zijn, of een bloeiende knotwilg in het Amsterdamse Bos. Een berg afval van een dierenmarkt in Bagdad, bezien door een aquarium vol feloranje vissen. Of een paar piepjonge politieagenten in opleiding, die voor het eerst een pistool moeten vasthouden, onwennnig. De foto’s bevestigen je niet in wat je toch al wel ontroerend vond, maar openen je gemoed voor al die ontroeringen die je eerder over het hoofd zag, of klakkeloos indeelde bij één van de 4 B’s. Ontroering is niet per se een voorjaarsochtend, een open raam, binnenwaaiende geluiden van de straat vermengd met het Adagio for Strings van Barber. En tederheid is niet alleen die hand op dat zachte been - tederheid is van die hand de vingertoppen voelen en dat uitbreiden tot een altijd met je meegaand Fingerspitzengefühl, dat je jezelf nooit kunt geven, dat je van anderen moet leren. Het is meer kunnen zien dan rood, blauw, paars, dan de regenboog - het is een oog ontwikkelen voor de kleuren tussen de kleuren, voor de kleuren zonder naam, die nog nergens een symbool van zijn. De tentoonstelling Teder is een doodstille, en toch overvolle, bonte verzameling geworden. De 5de B bestaat dus wel, maar houd het onder ons: straks stapt u de wereld der bontroering binnen. Zelden was u ergens meer welkom dan hier.
Verder verschenen in dit genre
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Amsterdam onbewolkt 3
| |
Hongaarse zigeuners Verhalen van overlevers
| |
222 Schrijvers Literaire portretten
| |
Amsterdam onbewolkt 4
|
| meer info | |
meer info | |
meer info | |
meer info |
| |