![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
In het Leids universitair blad Mare (2 november 2006) schreef Christiaan Weijts over dit boek: De notulen van Minerva-preses Paaltjens Voor het winkelend publiek moet het vorige week zaterdag een vreemde gewaarwording zijn geweest: op de stoep bij de lederwarenwinkel aan de Hogewoerd dromde een kleine menigte samen om omhoog te staren. Dáár was het waar François Haverschmidt, beter bekend onder zijn dichterspseudoniem Piet Paaltjens, in zijn studententijd woonde, en waar hij een jaar voor zijn zelfmoord nog als volwassen man huilend het ‘Io vivat’ stond te zingen. Voor wandelaars die relatief goed op de hoogte zijn, zal er veel bekends voorbij komen: het hoekje van de Hooigracht en de Nieuwe Rijn, waar een kwatrijn van het bekende gedicht staat afgebeeld, het huidige Sieboldhuis, waar destijds sociëteit Minerva huisde (Haverschmidt was in 1857 preses van het corps), de huizen van zijn vrienden, van de universiteitsgebouwen, van het Bierhuis van Vater Muller (Breestraat 175), waar Haverschmidt met zijn vrienden kwam drinken en zingen (‘De Leeuwerik’ werd zijn clubje daarom genoemd), en zelfs voor het pand van de plaatselijke sigarenhandelaar van destijds kan de wandelaar even stilstaan. Toch is het boekje niet zomaar een herschikking van de grote parate anekdotische kennis. Onderzoek in onder meer het gemeentearchief bracht aardig wat nieuwe feiten aan het licht. Zoals bijvoorbeeld de notulen van het bestuur van Minerva, dat in die tijd op dezelfde manier met incidenten omging als tegenwoordig: een intern rechtsorgaan zorgt ervoor dat alles binnenskamers blijft. In het bestuursjaar van Haverschmidt doet een student godgeleerdheid bij een hoogleraar zijn beklag over vier studiegenoten ‘welke hem eerst hebben dronken gemaakt en toen met geweld gesleept naar een publiek huis, waar hij gedwongen werd eenige publieke vrouwen te zoenen’. Het ‘slachtoffer’ krijgt er op de vereniging stevig van langs: hij had dit intern moeten melden, en niet aan een hoogleraar. De literaire wandeling is een mooie hommage aan het Leiden waar Piet Paaltjens zijn leven lang met heimwee aan bleef terugdenken. Het Academiegebouw van Leiden, ca. 1859
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||