Website gebouwd door Intronet

bestellen

ISBN 9789059373280

€ 19,50

Share |

Zesde druk
471 pagina's, geïllustreerd
Vertaald door Dirk Lambrechts
Met een inleiding van Chrisje Brands
Voorwoord Piet Chielens


In de serie 14-18. Dagboeken uit de Eerste Wereldoorlog is Louis Barthas een van de belangrijke personages. Bekijk hier de trailer van de serie.

Ger Poppelaars maakte een korte film over Louis Barthas. Bekijk hem hier.

De oorlogsdagboeken van Louis Barthas 1914-1918

Zesde druk
Louis Barthas

Met een voorwoord van Piet Chielens, coördinator van het vernieuwde In Flanders Fields Museum in Ieper.

De Oorlogsdagboeken van Louis Barthas vormen een indringend relaas over de absurditeit van een oorlog die ten onrechte steeds verder in onze herinnering dreigt weg te zakken. Louis Barthas (1879-1952), een eenvoudige tonnenmaker uit Peyriac in Zuid-Frankrijk, was een socialist van het eerste uur. Hoewel hij alleen lagere school had genoten, was hij een verwoed lezer van onder anderen Victor Hugo en Émile Zola.
Als Barthas in 1914 onder de wapenen wordt geroepen is hij 35 jaar oud. Al gauw begint hij als een volleerd journalist verslag te doen van het dagelijkse leven in de loopgraven. Hij schrijft op elk stukje papier dat hij te pakken kan krijgen: schoolschriften, maar ook zelf bij elkaar genaaide blaadjes. Zijn thuisfront zendt hij talloze brieven, met het verzoek deze zorgvuldig te bewaren. Na de oorlog verwerkt hij zijn aantekeningen en brieven in negentien schriften.

In zijn dagboeken getuigt Barthas van het werkelijke leven aan het front, dat door de meer geletterde officieren nooit beschreven had kunnen worden. Zij waren immers zelden aanwezig bij de gruwelijke gevechten om enkele meters modderige grond. Antimilitarist als hij is, toont Barthas met een vlijm­scherpe pen de zinloosheid van deze bloederige loopgravenoorlog. In tegenstelling tot de officiële geschiedschrijving stelt hij de verblinding en de lafheid van de legerleiding en de misdadige onverschilligheid waarmee zij de gewone soldaat behandelde aan de kaak.

In de media
‘Barthas kan schrijven, en ook de Nederlandse vertaling van Dirk Lambrechts leest als een trein.’ NRC Handelsblad

‘O, De oorlogsdagboeken van Louis Barthas! Dat boek heeft een grote historische waarde en is bovendien een uitstekend literair werk.’ François Mitterrand

‘Drie hoera’s voor uitgever Bas Lubberhuizen voor het op de markt brengen van dit volstrekt onmisbare boek (met een grondige inleiding, in een keurige vertaling, en fraai vormgegeven). Jazeker: een onmisbaar boek.’ Standaard der Letteren

'Uiterst realistisch en zeer beeldend schrijft Barthas over zijn jaren in die loopgraven waren duizenden doden om hem heen vielen, crepeerden voor een paar meter nutteloze modder. Tranen in je ogen krijg je als je leest hoe hij de moeders schrijft van de jongens, kinderen uit Parijs, dat hun zoon is gesneuveld. ‘Hij heeft niet geleden, was op slag dood’, hoe anders dan het in werkelijkheid was. Bijna 9 miljoen doden in vier jaar. Gevallen voor de vrijheid van een ander. Daarom alleen al dit boek…' 50plusser.nl
 

Kijk ook op de website van Veertien Achttien en de bespreking van Henk bij de Weg of lees de bespreking op Forum Eerste Wereldoorlog en de vele reacties daarop.

Schrift 10
Het massagraf van Verdun
26 april - 19 mei 1916

Toen het dag werd bekeek ik deze beroemde naamloze heuvel aan de voet waarvan onze loopgraaf zich bevond. Maandenlang was hierom gevochten alsof er een diamantmijn in haar flanken verborgen lag. Helaas, de heuvel bevatte alleen maar duizenden lijken. Het was een hoogte die zich in niets onderscheidde van de naburige heuvels. Het schijnt dat hij ooit voor een deel bebost was. Maar nu was er geen spoor van begroeiing meer te zien. De aarde was omgewoeld en verwoest en bood alleen nog maar een desolate aanblik.

De hele dag zaten wij tegen elkaar geklemd in de afgedekte loopgraaf. We kregen te weinig lucht en het was er te warm. Maar omdat de vliegtuigen van de moffen ons niet hadden kunnen ontdekken werden we ook niet beschoten. Ongeduldig wachtten we tot het nacht werd om opnieuw te marcheren en gemakkelijker te kunnen ademen. Bij het invallen van de nacht kreeg onze compagnie het bevel een paar honderd meter verder een loopgraaf te gaan bezetten. Groepsgewijs gingen we ernaar toe. Het terrein was nog erger gebombardeerd dan de omgeving van de molen van Esnes. Ik weet zeker dat de strategische noodzaak om hier naar toe te gaan uitsluitend de bezorgdheid van onze kolonel was voor zijn eigen hachje in zijn diepe schuilplaats hier vlakbij.

Maar wat hadden het 114e en het 125e regiment van onze divisie gedaan die het bevel hadden gekregen heuvel 304 te heroveren? Het legerbulletin en de minder chauvinistische dagbladen hebben deze fantastische aanval geboekstaafd. Deze twee schitterende regimenten zouden een onweerstaanbare stormloop hebben uitgevoerd en zo deze kleine heuvel met haar vulkaanlandschap hebben teruggeven aan Joffre en Pétain. Zij zouden in tranen zijn geweest.

De werkelijkheid was anders. Na een enorme verkwisting van granaten zijn de twee regimenten naar voren opgerukt en hebben eenvoudigweg de verloren stellingen heroverd of beter gezegd opnieuw bezet want de Duitsers hadden zich al teruggetrokken zonder de confrontatie af te wachten. Dit wil niet zeggen dat de verliezen aan onze kant gering waren. Om kort te zijn, de toestand was weer precies als die van vóór 5 mei: de Fransen aan de ene kant van de heuvel, de Duitsers aan de andere kant en tussen hen de heuveltop als neutrale zone omdat die van twee kanten hevig door de artillerie werd beschoten. Toch hadden de Duitsers nog een bolwerk op de top. Een Algerijnse divisie had die niet kunnen innemen wat het voor ons niet gemakkelijker maakte. Deze divisie bezette een helling vlakbij het woud van Avocourt en onze divisie lag op de helling recht tegenover de sombere Mort-Homme, die rechts van ons oprees, grijs en niet minder desolaat dan heuvel 304.

Toen deze taak volbracht was zouden het 114e en het 125e infanterieregiment hun stellingen voor ons ontruimen om zelf gezondere lucht te gaan inademen in het bos Saint-Pierre. Het 296e had opdracht gekregen onze stellingen opnieuw in te richten en te versterken. De loopgraaf die onze compagnie bezette, lag bijna midden op de helling. Bij de ingang kon ik op een bordje dat door een granaatscherf half vernield was, lezen: ‘Loopgraaf Rascas’. In werkelijkheid was het een verbindingsgang in slechte staat die in één nacht gegraven was door daar gelegerde troepen. Zij waren de volgende dag door zware granaten uitgemoord.

Die plek was één grote berg van uit elkaar gereten mensenvlees. Op de plaatsen waar de aarde bloed had gedronken krioelde het van de vliegen. Je zag geen lijken maar waarschijnlijk lagen ze onder een klein laagje aarde in de vlakbij gelegen granaattrechters. Hun aanwezigheid bleek uit de stank van rottend vlees. Overal lagen brokstukken, verbrijzelde geweren, gescheurde ransels, waaruit tedere brieven en angstvallig bewaarde dierbare herinneringen dwarrelden en door de wind werden verspreid. Er lagen ook gebarsten veldflessen, schoudertassen in flarden, en op alles stond het nummer van het 125e regiment! Ik kon gemakkelijk nieuwe munitie, noodrantsoenen en gereedschap vinden die ik op weg hierheen als ballast had moeten weggooien. Bij deze treurige aanblik vreesden we terecht dat de moffen, als ze ons de volgende dag zouden ontdekken, gehakt van ons zouden maken.

De hele nacht moesten we de verbindingsgang begaanbaar en bewoonbaar maken. Toen het licht werd was de hemel tot onze grote vreugde bewolkt. Laaghangende wolken bedekten heuvel 304 en we bleven de hele dag buiten het zicht van de vijand.

Voortdurend schoten de moffen in het wilde weg granaatsalvo’s af. Weggekropen in de diepste hoeken van de loopgraaf hadden we die dag geen enkele gewonde te betreuren. Toen het donker was moest ons bataljon naar de voorste linies. Op het vastgestelde uur vertrokken we. We volgden de verbindingsgang Rascas die al gauw in een smalle, modderige gracht uitmondde en op sommige plaatsen was ingestort...


Verder verschenen in dit genre

Wie was Hans Boslowits? Paramaribo brasa! Amsterdam Canals: World Heritage Waar het me slecht gaat is mijn vaderland
Wie was Hans Boslowits?
Gerard Reves debuut ontrafeld
  Paramaribo brasa!
Het Oog in 't Zeil Stedenreeks 16
  Amsterdam Canals: World Heritage
  Waar het me slecht gaat is mijn vaderland
Joseph Roth in Nederland en België
meer info   meer info   meer info   meer info
 



Bas Lubberhuizen onderscheiden

Oprichter van onze uitgeverij ontving Frans Banninck Cocq Penning
Geplaatst: 08-02-2017

De oprichter en naamgever van onze uitgeverij, Bas Lubberhuizen, ontving afgelopen maand een bijzondere onderscheiding: de Frans Banninck Cocq Penning. Deze onderscheiding wordt toegekend aan personen die zich bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor Amsterdam. 


Bas Lubberhuizen onderscheiden
lees verder

Hans Rooseboom in het Stadsarchief

Autochromes in tentoonstelling Amsterdam 1900
Geplaatst: 16-12-2016

Zondag 18 december is conservator fotografie van het Rijksmuseum Hans Rooseboom te gast in het Stadsarchief Amsterdam om te vertellen over de wonderschone autochromes: een soort kleurendia's van rond 1910, uitgevonden door de gebroeders Lumiëre. Aanvang 15.00 uur, toegang gratis.



lees verder

Beurs van Bijzondere Uitgevers

Zondag 11 december in Paradiso
Geplaatst: 06-12-2016

Ongeveer 100 uitgevers van bijzondere boeken presenteren zich 11 december in Paradiso en natuurlijk is Uitgeverij Bas Lubberhuizen daar bij. We nemen de pareltjes uit ons fonds mee, zoals Joden op drift van Joseph Roth, de biografie van Ferdinand Bordewijk en zijn echtgenote door Elly Kamp en de laatste editie van literair-historisch tijdschrift De Parelduiker.
In de kelderfoyer van Paradiso is er een literair programma met onder anderen Elly Kamp en Arjen Fortuin.

Paradiso, 13-17 uur, entree € 3



lees verder

Ga naar archief